Uit de Huls (pardon: koker) van de redactieraad
Wednesday, October 8th, 2008 | Folia 60 jaar, Foto's, Herinneringen
Kanttekeningen die geen Pas geven
Foto: oud-Folia hoofdredacteur Marcel Hulspas
Folia? Ja, dat was (is) toch ‘het beste universiteitsblad van Nederland’, vrij van bestuurlijke leibanden, onder de vleugels van een zelfstandige stichting? Het is maar goed dat de meeste lezers geen weet hebben van wat zich in en om die stichting allemaal heeft afgespeeld. Een ruim deel daarvan mag ook nooit meer in Folia verschijnen, onderworpen als het is aan bestuurlijke geheimhouding (sommige dingen kunnen ook om menselijke redenen beter uit de publiciteit blijven).
Soms dacht je echt: het mag een wonder heten dat uit al dat tumult, tot en met incompatibiliteit van humeuren, evengoed nog zo’n prachtblad verschijnt! Bij methodologie leerde je vroeger dat contexts of discovery iets anders zijn dan contexts of justification: hoe iets tot stand komt maakt niet uit, als het maar ergens op lijkt. Inderdaad leverde (levert?) Folia de definitieve bevestiging van het belang van dat onderscheid. Uit botsing van opvattingen, karakters en erger kwam (komt?) de waarheid van Folia te voorschijn.
Op het gevaar af om uit de school te klappen, toch enkele kruimeltjes uit die rijke geschiedenis. Ooit zat ik in de redactieraad. Op papier is het een machtig en invloedrijk orgaan, tot en met zijn rol als instantie voor klachten uit de redactie. Eens per maand werd er vergaderd, ergens achter in een somber gebouw aan de Sarphatistraat, soms zelfs in aanwezigheid van de toenmalige hoofdredacteur Marcel Hulspas. In woord, gebaar, lichaamstaal en uitstraling in het algemeen, liet laatstgenoemde weten dat hij die hele redactieraad flauwekul vond. Nogal eens liet hij dan ook weten ‘dat wij hem maar moesten roepen als hij er bij moest komen zitten’. Dat deden wij steeds minder.
Een enkele keer leek een hoofdredactionele bijdrage toch nodig, bijvoorbeeld als iemand het slachtoffer dreigde te worden van trial by Folia. Er kwamen wel eens klachten binnen van onvrijwillige hoofdpersonen van misschien niet helemaal welgevoeglijke stukjes: goed voor aandacht en oplage, misschien minder voor mogelijke slachtoffers van Folia’s toenmalige ‘misdaadjournalistiek’. Ook dan blonk de hoofdredacteur uit in positief ontwijkgedrag: ‘Waarom hij hiervoor uit veel belangrijker dingen moest worden weggeroepen? Wij moesten van muggen geen olifanten maken, et cetera, en trouwens, waar hadden wij het over, wat wij er ook van zouden vinden, dat maakte hem verder niet uit, als hij weg moest dan hoorde hij dat wel van het stichtingsbestuur.’
Na deze en dergelijke gedachtewisselingen liep hij (boos) weg, al dan niet onder het mompelen van een gemelijke groet, om voort te gaan met de zoveel belangrijker zaak van Folia zelf. Misschien was dat maar goed ook. Wij lieten het er verder maar bij. Op een gegeven moment werd ik beroepshalve naar elders geroepen, buiten de Universiteit van Amsterdam, en zo kwam in ieder geval ambtshalve een einde aan mijn voorzitterschap van de redactieraad.
Ik had ook op een andere manier te maken met Folia. Als voorzitter van de Centrale Ondernemingsraad misbruikte ik ons prachtblad om muit te stoken tegen het toenmalig oppergezag, onder voorzitterschap van Sijbolt Noorda. Wat ik ook schreef, het werd altijd en zonder meer geplaatst. Daarin was diezelfde hoofdredacteur evenmin misselijk. Het scheelde natuurlijk redactioneel schrijfwerk en Folia was en is immers onafhankelijk. Wat het oppergezag er van vond maakte hem even weinig uit als elk willekeurig standpunt van de redactieraad, of welke raad of Raad dan ook. Dat sierde hem natuurlijk.
Toch kwam er gedonder van. Dezelfde hoofdredacteur – ik heb er maar één mogen meemaken en zelfs dat kon ik nauwelijks aan – werd (weer eens) heel boos, toen hij er langs omwegen achterkwam dat de kemphanen in bestuur en medezeggenschap probeerden in het persoonlijk verkeer op goede voet te blijven staan. Dat was inconsequent! Hoe kun je iemand vertrouwen die in Folia de staf breekt over het universiteitsbestuur en intussen de schuldigen vriendelijk groet? Wat een schijnheil! Weg met die man! (Dat was ik dus.)
Elke poging tot uitleg, vergelijking en zelfs min of meer oprecht gemeende verontschuldiging faalde. De hoofdredacteur verklaarde plechtig ‘dat hij met die redactieraad niets meer te maken had’. Wij redactieraadsleden peinsden nog wat na over de meerwaarde van dat ‘meer’. Verder hoorden wij er nooit meer iets over. Folia heeft het in ieder geval geen kwaad gedaan.
Zo zie je maar hoe strijd kan leiden tot journalistieke kwaliteit en waarheid. Ter vermijding van misverstanden: ook hier is natuurlijk vooruitgang. Zelfs Folia kan de geschiedenis niet tegenhouden. De redactieraad zal weer op volle sterkte zijn, wekelijks vergaderen met de voltallige redactie en alle klachten van (oud-)journalisten en hoofdredacteuren in behandeling nemen, wie weet ook over dit stukje. Ik verheug mij al op de hernieuwde kennismaking! Want we weten nu zeker: van gedonder kan Folia alleen maar beter worden.
Hendrik Kaptein was voorzitter van de redactieraad van Folia in de periode 2002-2005. Aan de UvA was hij universitair docent rechtsfilosofie en voorzitter van de Centrale Ondernemingsraad. Hij is nu universitair hoofddocent rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden.
No comments yet.




