Spuigaten
Monday, October 13th, 2008 | Folia 60 jaar, Herinneringen
De redactie van Folia bestaat begin jaren negentig uit een handjevol redacteuren en een redactiehond: Duffel. Duffel is de lieve, blonde, bijna helgele golden retriever van mode-redactrice Judith Spruit. Aan de redactie op de Nieuwe Doelenstraat ligt hij tussen de bureaus in, kwijlend naast zijn bak water waar hij eerder enthousiast en breed spetterend uit heeft gedronken. Als leerling-redacteur De Brock van zijn gammele bureaustoel opstaat, begint Duffel te kwispelen. De B. schreeuwt: ‘Ga weg’, aait over Duffel’s kop en schopt tegen een balletje, waarna Duffel met een stok komt aanzetten, ondertussen allerlei klein meubilair meesleurend en plantenbakken omgooiend. Hij weet in mum van tijd de kleine redactiezaal om te toveren tot een apenkooi. Hoofdredacteur Sjaak Priester begint te hikken van het lachen, eindredacteur Jaap Stam gooit er nog een stok achteraan, leerling-redacteur Marc van den Eerenbeemt hitst Duffel verder op, Jan ’t Hart roept enthousiast: ‘Hoop shit’, secretaresse Margot Riedstra kirt: ‘Oh nee’ en Monique Doppert zit op haar bureau, bang dat ze in de chaos wordt betrokken.
* * * * * *
Vrijdag kom ik het eeuwig broodje bal etende ex-universiteitsraadslid Huib van Dis tegen op een ‘netwerkborrel’ van ex-Asva’ers Booij en Van Bruggen. Door al het jonge volk komt het net gepensioneerde, maar geen steek veranderde, ex-bestuurslid naar me toe en stelt joviaal zijn nieuwe vriendin voor. Dat is al vaak gebeurd – een nieuwe vriendin voorstellen – en meestal word ik dan op eenzelfde wijze geïntroduceerd: dit is de man die mij beschreef als het eeuwig broodje bal etende raadslid Van Dis. Geen zin over doorwrochte analyses over de politieke toestand in het Maagdenhuis, geen woord over de ragfijne en spitse interviews, geen letter over scherpe observaties, maar slechts en alleen dat ene Spuigat over de eeuwig broodje bal etende Van Dis. Zo word je beroemd.
* * * * * *
Zwaar voorbereid loop ik Gevers’ ruime kantoor binnen in het Maagdenhuis, een tikje zenuwachtig – het gaat wel om Jankarel Gevers – maar toch ook zelfverzekerd, want ik ben jong en onbezonnen en goed voorbereid. Strak gezegd: mij kan niks gebeuren. Stukken gelezen, verslagen nagetrokken, tientallen bronnen gesproken, niets staat mij het scherpste interview in de weg met de man die nog nooit echt scherp is geïnterviewd. Minuut na minuut probeer ik manhaftig hem het vuur aan de schenen te leggen. En niets lukt. Elke speldenprik wordt beantwoord met een donderende klap van een hakbijl. Je kent het wel: je speelt een wargame, maar tegen de almachtige heerser ketsen je kogels al maar af op het schild. Je komt er niet doorheen. Ik word helemaal weggetikt. Real-Madrid – Be Quick 8 zaterdagamateurs. Het Amerikaanse basketbalteam op de Olympische Spelen. Zonder ook maar één Franse filosoof aan te halen, schudt Gevers me 59 minuten lang door elkaar, me geen seconde in de waan latend dat ik ook maar iets zinnigs heb gezegd. Nooit overkomen, nooit meer gebeurd.
* * * * * *
Ik ben niet het enige slachtoffer. Zo is Gevers op bezoek in Folia’s nieuwe onderkomen aan de Herengracht: een pand op stand, vlakbij het burgemeestershuis en eerlijk gezegd hebben we dat altijd een pand naar onze stand gevonden. Beau van Erven Dorens, een talentvolle maar slecht aan te sturen leerling-redacteur, schrijft er zijn beroemd geworden ‘Hosanna Trompetten’ wat zijn euforie beschrijft over de omgeving waar hij werkt. Een grote redactiezaal met een glazen hok voor hoofd- en eindredacteur, met luxaflex, zoals het hoort. Gevers komt nooit ergens langs, maar één keer maakt hij een uitzondering.
* * * * * *
De UvA-baas krijgt een rondleiding van hoofdredacteur Sjaak Priester. Ze staan aan mijn bureau op het mooiste plekje van de zaal: bij het raam met uitzicht op de tuin van de buren. Niet zomaar een tuin, maar een tuin met die-zaain: een keurig bijgehouden miniparkje met gespiegeld motief. Wat rechts van het midden is, is ook links van het midden. ‘Vindt u dat nu ook niet bespottelijk, zo’n aangeharkte tuin midden in Amsterdam,’ houdt Priester Gevers voor, of woorden van die strekking. Sjaak wil indruk maken. Ik krimp ineen, dit heb ik eerder gezien. Wat Sjaak niet weet: Gevers is een groot tuinenkenner en hij antwoordt dan ook prompt – handen in de zakken, ogen bijna gesloten, bril voorop de neus en zijn hoofd schuin naar beneden; minzamer kan niet – ‘Sjaak, dit is een klassiek achttiende-eeuwse Engelse tuin, van die en die categorie, bedacht door huppeldepup, en…’ – hij zwijgt even voor het ultieme effect – ‘… en verdomd perfect uitgevoerd.’
* * * * * *
Seksnummer. Ideeën? Zat: meisjes, studenten, lange nachten, de eerste keer, blauwtjes, therapeut, UvA-dokter, een studentenhuis met slechts vrouwen… Met een vileine lach schuift Priester een A4’tje naar me toe. ‘Op de faculteit psychologie doen ze een experiment. Je krijgt in razend tempo veel foto’s te zien. Ze komen zo snel voorbij, dat je de een niet van de ander kunt onderscheiden. De ene serie is opwindend, de andere niet. Hypothese: je onderbewuste ziet wél welke foto’s er toe doen en daarvan raak je opgewonden.’ ‘Oké, geef maar aan mij’, zeg ik verveeld. Vlak voordat Priester het A4’tje aan me doorschuift, zegt hij nog: ‘En om dat te meten, krijg je een ring om je ding.’ Een ring om mijn ding? Erin geluisd. Er zijn foto’s van. Sterreporter in grote stoel en er gebeurt geen fluit. Niets te zien, slappe hap. Waardeloos experiment. Ik schrik nog wakker van de conclusie: ‘We zien geen verschil’.
Jan ’t Hart was redacteur van Folia in de periode 1990-1995. Tegenwoordig is hij adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant.
No comments yet.




