Herr von Wyck

Friday, October 10th, 2008 | Folia 60 jaar

Door Piet van Wijk

Foto: Piet van Wijk begin jaren zeventig.

Begin jaren zeventig ben ik gaan studeren in Amsterdam. Van Folia herinner ik me niets. Is dat erg? Wat ik wel weet is dat het jaar 2000 ondenkbaar ver weg was. Daar hoorden futuristische visioenen bij. Na dertig, veertig jaar zou alles helemaal anders zijn.
Nu zijn we 35 jaar verder. Toen lagen Wibautstraat en Weesperstraat open voor de metro, nu het Damrak. Is er wat veranderd? Het leven in de stad misschien, het studeren? Ik kan het niet beoordelen. Studenten van nu kunnen het best zelf beoordelen of iets is veranderd. Ik beschrijf mijn bestaan van toen. Begin jaren zeventig: Limburger gaat studeren.

Overtoom 410, vier hoog achter, twee bij drie meter met wasbak, zeventig gulden per maand. Ik huurde van een echtpaar dat op drie hoog woonde. Daar was ook het toilet, voor de dames. Voor de heren was er de wasbak. De voordeur ging open met een loper, een sleutel die op alle Amsterdamse voordeuren paste. De kamer was ‘gemeubileerd’ met bed en matras. Eigen inbreng was onder meer een tweepits kooktoestel met butagasfles, een houten radio en een pick-up. En steeds meer troep. Vier jaar heb ik er gewoond, met de muizen.
De eerste maanden in vrijheid vergrijpt men zich aan lekkers dat thuis niet op tafel komt. Voor mij was dat witbrood met Friese Vlag pure chocoladepasta. Maandenlang at ik niets anders als ontbijt, lunch en eventueel zelfs als avondeten. Warm eten deed je bij meisjes die konden koken of in de mensa. Of je kreeg eters. Iedereen had dan zijn eigen repertoire. Ik maakte rijst met een prutje: ui in de koekenpan, knoflook, taugé, gehakt, champignons, tomaat, kruidenmix, sambal en ketjap. Met witte rijst scoorde dit heel behoorlijk. We dronken wijn van de wijntap voor een gulden per liter. Dit was de zorgvariant. Voor het snellere werk was er nasi van Koen Visser. De hele klont uit het blik zo in de pan, uitspreiden, heet opstoken en klaar. Een ei, ketjap en sambal maakten het eetbaar. Later kwam een vriend van me op dezelfde zolder wonen. Met hem deelde ik de gaspit. Hij hield van gebakken kippenlevertjes, dat at hij minstens twee keer per week. Zondags kookte hij echt, met piepers, groenten en een tartaartje. Dat zondagse eten was altijd precies klaar als Studio Sport begon. Dan zaten er zomaar zes eters op zijn kamertje. Bij luiheid en overmacht werd er Chinees gehaald: nasi rames of bami pangang. Eten waar je veel van at.

Het eerste jaar woonde ik in een spijkerpak. Later haalde ik mijn kleren van het Waterlooplein, het liefst uit de bak ‘alles 50 cent’. Heel of kapot, het donderde niets, met stoplappen werd alles gemaakt. Ik waste me bij de wasbak. Douchen deed ik op bezoek bij een ander. Eens in de zes weken ging ik naar mijn ouders, met een tas vol was. Dat werd op zaterdag gewassen, zondags op de verwarming gedroogd om daarna gestreken en al weer in mijn tas te belanden. Bij het uitpakken op de Overtoom trof ik dan steevast tussen mijn kleren een pak koffie, een worst en een stuk kaas aan. Van mijn zorgzame moeder. Ze moest eens weten.

Seks was aanvankelijk non-existent of werd in eenzaamheid genoten. De afstand tussen een jaren zestig jongensschool in het zuiden en het leven in Amsterdam in de jaren zeventig moet je niet onderschatten. Als een meisje naar me knipoogde, dacht ik al aan trouwen. Die stroefheid is later ingehaald. Geen zorgen; drugs waren overal. Alles ging erin, zogenaamd om het te proberen: Rode Libanon, Marok, Paak, Nepal, Zwarte Bombay, nederwiet. Op de radio las Koos Zwart de ‘beursberichten’ voor, met van alles de prijs per gram. Ook het heftigere spul ging rond; LSD, angeldust, speed, het kon niet op. Het was er en ‘iedereen’ deed het, dacht je. De sfeer was er ook naar. Er was veel muziek, overal in de stad: nachtconcerten in het Concertgebouw, de Kinks, Roxy Music, Steve Miller, Lou Reed en Pink Floyd in het Olympisch Stadion. De kick was om zonder te betalen binnen te sneaken, kaartjes waren duur of uitverkocht. Er was altijd ergens feest: de eerste vrijmarkt op Koninginnedag, een spiegeltent op het Museumplein en Ajax werd jaar in jaar uit kampioen. Een paar keer per jaar grote ‘psychologenfeesten’ in alle zalen van de Brakke Grond, met de mooiste meiden van de stad. Dat knetterde de hele nacht door, altijd met ruige bands: Herman Brood, Barrelhouse. En dan om half vijf op de fiets terug naar de Overtoom. Alleen.

Op het studeren zelf kijk ik met gemengde gevoelens terug. Ik had er veel meer uit kunnen halen. Ik was wel geïnteresseerd, maar te snel afgeleid. De eerste jaren ging ik vlijtig naar college. Op excursie, op veldwerk, scriptie uittypen met carbonpapier en kandidaatsexamen doen. Maar er was altijd onrust, horizonkoorts. In juni maakte ik het laatste tentamen, daarna ging ik gelijk weg. Altijd liften, alleen, ieder jaar weer ver weg: naar Lapland, Istanbul, Rome, Cornwall en heel Amerika door van oost naar west en terug. Tussendoor naar Parijs, naar Terschelling, naar mijn ouders… Ik weet niet beter of ik heb zeven jaar gelift.
Soms was er crisis. Dan zakte de motivatie weg en verzandde de studie. Een keer wist ik het niet meer en solliciteerde ik als steward bij de Lufthansa: betaald reizen, ideaal. Maar in Frankfurt viel ik door de mand. Herr von Wyck in zijn Waterloopleinpak. De KLM wees me op papier al af: een meter 92, dat is twee centimeter lang, meneer. Een docent vroeg een paar maanden later of ik geen studentassistent wilde worden. Dat heeft me gered. Ik kwam weer op de vakgroep, weer in een ritme, weer in de UB en in mei ‘78 was het gepiept, na bijna zeven jaar ‘studeren’.

Piet van Wijk is sinds 2007 directeur communicatie van de UvA. Sinds dat jaar zit bij ook in het bestuur van Folia.

1 Comment to Herr von Wyck

Wim Speelman
October 19, 2008

Een prachtig geschreven tijdsbeeld, Piet.
Het studentenleven op een ander continent in het jaar 2008 ziet er als volgt uit: Er lopen 4 vijfde jaars medisch studenten voor een jaar stage in Esperance, West Australie. Zij wisselen iedere 4 weken van huisartsenpraktijk. De afgelopen 4 weken heb ik Dennis bij mij gehad. Voor dat hij zich tussen 8 en 9 uur bij mij voegt heeft hij meer dan een uur op de surfboard gestaan. In de lunchpauze gaat hij als het even kan ook een uurje, en na het werk weer. Als de golven erg hoog zijn krijg ik tussen de patienten door foto’s ervan op zijn mobieltje te zien. Hij is meestal onzeker over wat hij hoort door de stethoscoop omdat er, zoals hij zegt vaak nog zeewater in zijn oren zit. Als er niet gewoon wordt gesurfd, wordt er gekitesurfd. Ook daarover kan Dennis heel boeiend praten.

Hartelijke groeten
van Wim

Leave a comment

Search