Geen pensioen voor Margot

Wednesday, October 8th, 2008 | Folia 60 jaar, Foto's, Herinneringen

Door Ton Elias

Foto: Redactiesecretaresse Margot Riedstra tien jaar geleden tijdens het vijftigjarig bestaan van Folia gefotografeerd door Bob Bronshoff.

Dat ze rare trekjes hadden, de jaren tachtig, wordt dezer dagen ook bij een breder publiek wel duidelijk. Een eindredacteur bij Folia balanceerde op het koord. Er was allereerst de alma mater, nog katterig van de bezetting van het Maagdenhuis, en volstrekt doorgedemocratiseerd. Het Maagdenhuis leverde het geld en bemoeide zich formeel nergens mee. Zo lang de liberale sociaaldemocraat Cammelbeeck collegevoorzitter was, en dat was verdomd lang, heeft er geen enkele bestuurlijke oekaze jegens de redactie plaatsgevonden. Hij is dood, maar verdient met terugwerkende kracht de complimenten die we hem bij leven als redactie weleens wat royaler hadden mogen maken.
Verder was er De Redactieraad: een gezelschap van wisselende kwalitatieve samenstelling, met als structureel voordeel dat hij uit de diverse geledingen van de universitaire gemeenschap diende te bestaan. De eindredacteur die deze nogal diverse belangenvertegenwoordigers tijdens de verantwoordingsvergaderingen tegen elkaar uit wist te spelen, beslechtte het pleit in z’n voordeel. Dat lukte doorgaans, al was het met diehards als Marius Broekmeyer en Rolf Schöndorff kwaad kersen eten. De laatste kwam ik een paar jaar terug tegen op een zomers Frans marktje. Hij was van een nare, zure, magere lastpak tot een vrolijke bon-vivant getransformeerd. Dat lag niet alleen aan de verdiensten van de goede Franse tafel, maar ook aan de tijdgeest; Schöndorff had zich in die vroege jaren tachtig een eenzame strijder gewaand.
En dan was er natuurlijk De Redactie en Het Heilige Redactiestatuut! Onafhankelijke jongens waren we immers, zeker ook de meisjes. Het redactiestatuut was een geseculariseerde journalistieke Heidelberger catechismus. Ooit goed bedoeld, namelijk om de onafhankelijkheid van universitaire bestuurders vast te leggen, maar verworden tot een fetisj dat ik in 1982 al wilde aanpakken. Dat heeft me dan ook m’n kop gekost. Ik wilde een hoofdredacteur die bevoegdheden had in plaats van een stakker die gedurende lange redactievergaderingen moest palaveren en wiens beleidsvoornemens simpel konden worden weggestemd. Boudewijn Büch liep nog eens wenend uit zo’n democratische redactionele feestmis weg. Later, heel veel later, zou ik met sardonisch genoegen in mijn werkkamer in grote letters een zin van Karel van het Reve aan de muur hangen: ‘Vergaderen is voor de talentlozen’.

Ja, dat was raar, dat gestolde wantrouwen dat uit al die regeltjes sprak. Maar we maakten dat blaadje met hart en ziel en er kwamen goeie journalisten bij ons vandaan. Want we moesten wegen, iedere week opnieuw. Er was veel charlatanerie en modieus meewaaien was de makkelijkste weg. Tot op de dag van vandaag ben ik er trots op dat we niet meededen aan de algemene en totale verguizing van de criminoloog Wouter Buikhuisen, die hersenonderzoek wilde doen naar eventuele biologische factoren voor crimineel gedrag en die vrijwel overal als een halve fascist werd weggezet. Omdat-ie iets wilde onderzoeken. Eigenlijk was best veel raar, toen.
We zijn bezet door feministes, want we hadden een masculien wereldbeeld. We hadden een bestuur dat geen pensioen wilde betalen voor onze secretaresse, omdat die vast nog wel ging huwen. We werden scheefjes aangekeken door de studentenbeweging, want we schreven een welwillend portret over de beul van het hoger onderwijs, VVD-onderwijsminister Arie Pais. Hónend werd zijn quote geciteerd dat ‘de era Pais de geschiedenis in zou gaan als de jaren waarin het onderwijs was ontzien’ – en verdomd, hij kreeg nog gelijk ook. We hadden een boekhouder die vond dat we ’s avonds, na de vergadering van de Universiteitsraad, onze stukjes niet mochten tikken, omdat hij de extra avondlijke verwarmingskosten niet wilde betalen.
Maar wat nou het raarste was, wil huidig hoofdredacteur (!) Jansen bij Folia’s zestigjarig bestaan van me weten. Dat was toch wel die keurige jongen, kiesheidshalve noem ik zijn naam maar even niet, die ergens rond 1980 werd aangenomen: best intelligent, vaardige pen, hij rolde keurig door z’n proeftijd. Op dag één van zijn vaste dienstverband echter verscheen hij in het oranje, een amulet van Bhagwan om de nek. Toch wat lastig om dan een hoogleraar sterrenkunde te interviewen. In zulke situaties evenwel voorzag zelfs ons lijvige redactiestatuut niet.

Ton Elias was (eind-)redacteur van Folia tussen 1977 en 1982. Tegenwoordig is hij directeur van zijn eigen adviesbureau.

No comments yet.

Leave a comment

Search