Folia en Peper
Monday, October 13th, 2008 | Folia 60 jaar
Folia en ik hebben een ietwat moeilijke relatie. Of moeilijk, wat moet je zeggen na een relatie van negen jaar, is die dan nog moeilijk? Of is de fut er gewoon een beetje uit? Het is misschien wel een beetje zoals met wild; is de buit eenmaal binnen dan wil je weer iets anders.
Folia en ik leerden elkaar kennen tijdens weer zo’n verloren tussenuur of twee ergens op een druilerige dag. Het moet wel druilerig geweest zijn, want anders had ik lekker buiten staan koukleumen met collega’s of verpestte ik mijn longen. Maar niet op druilerige dagen. Dan pakte ik maar weer wat te drinken, bekeek de eeuwige processie langs de counter en slenterde een beetje rond tussen de kopij op de Oudemanhuispoort. En op een zo’n dag zal mijn oog wel gevallen zijn op haar: Folia.
Nou was ik niet meteen onder de indruk, maar dat heb ik wel vaker. Ze leek gewoon een van de velen. En het is jammer dat het dan zo lang moet duren voordat je erachter komt dat ze dat ook gewoon is; heel normaal, gewoontjes bijna. En diegene die zeggen ze dat je daar de schoonheid van in moet zien, zijn altijd degenen die dat zelf niet hebben, die schoonheid. Het kabbelde dus zo een beetje voort; ik zag nog genoeg anderen en zij vond het ook allemaal wel best. Elke woensdag lag ze weer voor me klaar.
En altijd tegen de tijd dat je denkt dat het nu wel mooi is geweest, dat je haar nu wel gezien hebt, er niet meer in zit dan erin zit, dan blijkt ze toch meer voor je te zijn. Dan merk je dat je haar al die jaren een beetje tekort hebt gedaan, dat er nog geheime deurtjes zijn. Dat moment kwam toen ik me eindelijk eens aan het ‘UvA leven’ waagde en toetrad tot een van die vele clubjes die onze universiteit rijk is. Jarenlang had ik ze gemeden als de pest, maar het moest er nu toch eens van komen. Ik kon verdomme toch niet dat hele circus aan me voorbij laten gaan? Ik wilde de wereld aanpakken en dat zou hier beginnen. Ik ging in de studentenraad.
Nou kan ik je veel dingen aanraden, maar dat niet. Niks geen lekkere wijven, grote uitzinnige feesten of vette reizen. Gewoon elke week vergaderen en als je pech had was je er nog veel tijd aan kwijt ook. Ik bedoel, de voorzitter van het college van bestuur was best een aardige man, en mijn decaan was ook niet dom, maar als u mocht kiezen tussen dat en met je dronken kop en alleen een stropdas om, je vrienden tegemoet duiken omdat ze net een roeiwedstrijdje hebben gewonnen? Precies. Dus werd ik toch weer afhankelijk van haar, van wat ze me te vertellen had. Ik zag stukjes van haar die me nooit eerder waren opgevallen, en hoopte soms zelfs dat ze aan me dacht. Dat ze voor mij een plekje had vrijgehouden.
En zo bleven we een jaartje of twee om elkaar heen draaien. Soms wat intiemer, soms weer even wat afstand. Bijvoorbeeld toen ik nog iemand ernaast had. Een wat actiever, pittiger stuk, Peper heette ze. Ik was inmiddels overgestapt naar de vakbond, want daar zou het beter werken zijn. Ik zat inderdaad niet meer op zolder in het donker, maar in het oude mortuarium van een ziekenhuis. Gezellig. Kon je nog wel eens naar buiten, een frisse neus halen op het balkon. Dat hadden we dan weer wel. Totdat ie van ellende was weggerot. Prioriteiten stellen vonden ze dat.
En Peper werkte daar dus ook, voor mij. Kon haar helemaal vormgeven naar mijn ideeën, ze had eeuwige trouw beloofd. Die macht, dat heeft wel iets. Je hoefde er weken niet naar om te kijken, en als ze weer langskwam was er altijd weer die spanning. Dat nieuwe.
Maar Folia kwam erachter, werd jaloers, en heeft haar op een kwade dag de nek omgedraaid. Zomaar. Ze heeft gewoon haar levensruimte ingepikt, Peper kon nergens meer komen. En ik kon haar niet zien wegkwijnen, dus hebben we er een eind aangemaakt. Was misschien ook wel het beste. Minnaressen moeten snel komen en ook snel weer gaan. Anders wordt het alleen maar pijnlijk. Ik bedoel, uiteindelijk gaan Folia en ik natuurlijk veel langer terug. Dat schept een band. Een goede trouwens ook, dat akkefietje heeft me nog een vaste plek bij haar opgeleverd. Sindsdien ben ik niet meer van haar weg te slaan. Ik zit in haar hoofd, zegt ze soms. Word ik warm van.
Nou ja, en zo gaat het alweer een jaartje of wat tussen ons. Warm, gezellig, gezapig met zo nu en dan een uithaal. Niet meer zo spannend dus. Niet dat dit belangrijk is, want uiteindelijk ga je de kleine dingen in elkaar waarderen, daarvan houden. Zeggen ze.
Dolf van der Schoot is oud-voorzitter van de Asva Studentenunie en bestuurslid van Folia.
No comments yet.




