Een lesje journalistiek
Wednesday, October 8th, 2008 | Folia 60 jaar, Foto's
Foto v.l.n.r. Joost Smiers, Johan Frieswijk en Rob Sijmons tikken hun kopij op straat, februari 1970.
Het was het laatste nummer van Folia voor het zomerreces; ik vermoed dat van 1970 of 1971. Mij was ter ore gekomen dat het Amsterdamsch Studenten Corps (ASC) in geldnood verkeerde en haar behuizing in de verkoop zou gaan doen, maar dat het met kopers niet zo wilde vlotten. Hier volgt les 1 van de journalistiek: had ik dit gecheckt? Laat ik het erop houden dat ik niet over één nacht ijs ben gegaan. Naar ik later begreep, heeft het bericht niet gunstig uitgewerkt op de verkoopprijs. En stilletjes was er de hoop dat het studentencorps op zijn laatste benen liep.
We schrijven nu september 2008. Lallende corpsleden trekken door de binnenstad ter ere van de ontgroening. Les 2: wat je ook schrijft, onkruid vergaat niet.
Les 3 betreft de vrijheid van meningsuiting. De redactie van Folia was gehuisvest in het Persinstituut aan de Oude Turfmarkt, met uitzicht op de Munttoren (die bij het graven van de Noord-Zuidlijn anno 2010 zal veranderen in de scheve toren van Pisa). In Propria Cures had mijn Folia-mederedacteur Johan Frieswijk gemeld dat er acties ondernomen zouden kunnen worden tegen het Persinstituut.
Les 4: de boodschapper van het slechte nieuws is als Barbertje die moet hangen. Hoe het ook zij, de directeur van het Persinstituut, prof. Max Rooij, vond Johan kennelijk zo gevaarlijk dat hij hem de toegang tot het instituut ontzegde, dus tot de redactieburelen. Maar hier komt les 5 op de proppen: wie met pek omgaat wordt er door besmeurd.
Dus besloot Rooij niet alleen Johan de deur te wijzen maar ook diens mederedacteuren, wijlen Rob Sijmons en mijzelf. Dit was op 24 februari 1970. We komen hier dus terug op les 3 over de vrijheid van meningsuiting: als redactie konden we ons werk niet doen als we geen toegang kregen tot ons redactielokaal. Dus gingen we als symbolische actie op de stoep onze kopij tikken. Dezelfde dag had Het Parool een levensgrote foto van ons op de voorpagina, gevolgd door grote stukken en foto’s in NRC Handelsblad, de Volkskrant, Trouw en Het Vrije Volk.
Op de keper beschouwd kregen wij, door deze relatief bescheiden inbreuk op de vrijheid van meningsuiting, bijna meer aandacht in de pers dan genoemde kranten enkele jaren geleden zelf, toen zij in handen vielen van een Brits hedgefund. Dat is les 6: houden we nog wel van de vrijheid van meningsuiting? Lieten we onze media niet als makke schapen naar de slachtbank van het speculatieve kapitaal voeren? Les 7 valt bij deze bittere vraag bijna in het niet. Als ik de dagbladfoto’s van 24 en 25 februari 1970 bekijk, zie ik dat ik niet alleen een baardje heb en een bril draag, maar dat ik bovendien de kopij tik met twee vingers. Les 7 vertelt dus dat het journalistieke metier zelfs met twee vingers bedreven kan worden.
Ga ik iets verder terug in de geschiedenis, dan kom ik – hoe onvermijdelijk – uit bij het Maagdenhuis. Ik liep er toevallig langs toen de bezetting door een geopend raam en een ladder haar beslag kreeg. Voor ik het wist was ik binnen. En daar bevond ik me in een dubbelrol: sympathisant van de bezetters en journalist. Mijn stukjes zond ik over de Handboogsteeg in een mandje naar het pand aan de andere kant van de steeg, waar mijn mede-redacteuren het oppikten. Een paar uur later circuleerden de extra edities van Folia door de stad. Dat was een bijzondere ervaring: je schreef en je werd gelezen.
Een veel complexere ervaring deed zich spoedig voelen. Wat was ik: bezetter of journalist, of van beide een beetje? Het bezettingscomité had geen behoefte aan een pottenkijker. Heel snel leerde ik dus les 8: uiteraard heb je als journalist politieke, ideologische, emotionele of culturele voorkeuren en mogelijk zelfs sterke bindingen. Die kunnen uiteraard je vraagstelling beïnvloeden. Maar dan, maar dan, maar dan. Dan heb je de taak om zo objectief en zo waarheidsgetrouw mogelijk te berichten.
Tot slot les 9. Omdat de subjectieve interpretatie altijd blijft bestaan en niet geheel en al uitgesloten kan worden is het noodzakelijk dat er veel onafhankelijk opererende media zijn. Daar schort het vandaag de dag aan. Als de huidige financiële crisis duidelijk maakt dat de markten weer gereguleerd moeten worden, dan kan gelijktijdig een uiterst kritische blik geworpen worden op de media in onze samenleving. Alles wat riekt naar marktdominantie in de sectoren van kranten, radio, tv, muziek, boeken, films, design en het internet moet uitgebannen worden door het strikt toepassen van mededingingspolitiek. Als dat niet gebeurt, dan is onze democratie in gevaar. Wat ik in het Maagdenhuis in sneltreinvaart leerde, was hoe broodnodig het is om onafhankelijke media te hebben, met journalisten en kunstenaars die zonder al te grote gebondenheid hun werk kunnen doen. Dat is niets meer of minder dan het publieke debat gaande houden.
Joost Smiers was redacteur van Folia in de periode 1968-1971. Tegenwoordig is hij research fellow bij de Research Group Arts & Economics van de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht.
1 Comment to Een lesje journalistiek
Charmante foto van gepassioneerde Folia-verslaggevers uit een lang vervlogen tijd!





October 8, 2008