Bluf
Monday, October 13th, 2008 | Folia 60 jaar, Herinneringen
Daar zaten ze dan: de crème de la crème van de universitaire journalistiek. Als sardientjes opeengepakt, in een smalle zijkamer van de redactieburelen. De enige kamer met een deur en daarmee de aangewezen plek voor een sollicitatiegesprek. Het onafscheidelijke duo Ton Elias en Johan Kortenray zetelde strategisch aan het hoofd van de tafel, geflankeerd door Peter-Paul de Baar, Rob Biersma en de overige redacteuren. Louter jongemannen, want eind jaren zeventig had de intellectuele elite de vrouwelijke capaciteiten nog amper ontdekt.
Tja, en daar zat ik dan. Student, jong, blond, vrouw. De belangstelling was optimaal. Mijn concentratie was minder top. Ingeklemd tussen niet altijd even welriekende heren diende ik vragen te beantwoorden, die in turbotempo werden afgevuurd. Mannen willen nou eenmaal niet graag voor elkaar onderdoen. Gelukkig had ik een loslippige sollicitant – ook alweer een man – weten te traceren, die me gedetailleerd deelgenoot maakte van de gang van zaken bij een sollicitatie bij het prestigieuze universiteitsblad Folia Civitatis.
Zo vernam ik dat Ton Elias – ‘ je weet wel die kleine dikke met die grote mond’ – steevast van elke sollicitant wilde weten naar welke krant de voorkeur uitging en waarom. Het Folia-correcte antwoord luidde: ‘NRC Handelsblad, want die krant weet, anders dan bijvoorbeeld de Volkskrant, feit en mening duidelijk te scheiden.’ Dat antwoord had ik alvast paraat.
Ook had ik in een grijs verleden een Engelstalig boekje doorgebladerd met de aansprekende titel ‘Bluf jezelf een weg in de journalistiek’, of iets van die strekking. De daarin vervatte tips kwamen nu goed van pas. Zo kon ik, zonder de werkelijkheid geweld aan te doen, melden dat ik tevens medewerker was bij De Groene Amsterdammer. Dat was je automatisch als je drie ‘spraakmakende artikelen’ in die krant geplaatst had weten te krijgen. Insiders weten dat zo’n score destijds niet veel moeite koste. De Groene was allang blij met enigszins leesbare kopij. Ook mijn ervaring als student-lid van de subfaculteitsraad van de FSW-b – Sociologie/ Culturele antropologie – scoorde. Na wat opgeklopte verhalen over de aldaar opgedane kennis en ervaring alsmede mijn connecties met de Asva, leken de heren zowaar onder de indruk.
Gelijk met mij werd Jos Dohmen aangenomen, journalist pur sang en voormalig redacteur bij dagblad De Gooi en Eemlander. Ton Elias bracht het nieuws in zijn stamkroeg. ‘We hebben twee typjes aangenomen. De een weet alles van journalistiek en niets van de universiteit. En de ander weet alles van de universiteit en niets van journalistiek. Plus: het is ook nog een vrouw!’
Uiteindelijk kent dit verhaal een happy end. Jos Dohmen was genoeg journalist om in no time de universitaire gemeenschap te doorgronden. En ik? Ik heb overuren moeten maken om het journalistieke handwerk onder de knie te krijgen. Dat is de rekening die je gepresenteerd krijgt als je blufpoker speelt.
Annet Muijen was van 1979-1984 redacteur van Folia. Daarna werkte ze tien jaar als redacteur bij HP en HP/De Tijd. Sinds 1994 werkt ze freelance. Daarnaast is ze hoofdredacteur van het blad voor de afdeling huisartsgeneeskunde van het AMC.
No comments yet.




