Altijd zon
Thursday, October 9th, 2008 | Folia 60 jaar
Aan Folia heb ik alleen goede herinneringen. Gek is dat eigenlijk. De meeste banen hebben leuke en minder leuke kanten, net als mensen. En nee, het was niet altijd zomer in de tweeënhalf jaar die ik voor Folia werkte, het regende en waaide af en toe – maar altijd had ik het naar mijn zin.
Het was wel flink hard werken, maar dat kwam doordat ik nog bijna niks van de journalistiek wist toen ik bij Folia begon. Ik was begonnen als stagiair, ik meen in 1983, voor een periode van drie maanden. Een stage die deel uitmaakte van mijn studie geschiedenis. Tijdens die stageperiode kwam er een baantje vrij als redacteur voor twee dagen in de week.
Ik herinner me een sollicitatiegesprek met mensen die ik in die drie maanden als collega’s was gaan beschouwen. Vormelijk, correct, zoals het hoort. En ik herinner me dat ik heel snel nadat ik was aangenomen bijna fulltime werkte, voor een parttime salaris. Vier, vijf dagen waren eerder regel dan uitzondering, en ook in het weekend en op avonden zat ik geregeld achter de typemachine.
Ach ja, die typemachine, vergeef me dat ik daar even bij stilsta. Ik heb, in mijn werkende leven, de opkomst meegemaakt van de typemachine die was uitgevoerd met een geheugen dat zestien (16!) tekens kon onthouden. Als je iets fout had geschreven, en dat gebeurde bij mij voortdurend, dan drukte je op een knop waarmee de verkeerd getikte letters, karakter voor karakter werden opgegeten door een lijmlintje dat je geregeld moest vervangen. Geen Tipp-ex meer, stukjes hoefden niet meer te worden verknipt om met lijmpot en kwast in een juiste volgorde te worden geplakt. Wij hadden deze hypermoderne typemachine, die meer kostte dan een laptop nu. Ja, dat waren nog eens tijden – tijden dat je ongelooflijk veel uren verdeed met dit soort onzin.
Ik zat in een leuke en goede redactie, met onder meer Hans Moll, Ad Fransen, Sjaak Priester, Jos Dohmen, Paul Damen en Boudewijn Büch. Boudewijn was aangewezen als mijn mentor, Sjaak nam mijn stukken door als eindredacteur. Tegenwoordig verdien ik mijn brood als taalcolumnist, maar als er indertijd iemand was die zich dat niet had kunnen voorstellen, dan was het Sjaak, want die verbeterde zuchtend de ene na de andere dt-fout in mijn stukjes. ‘Wil je ooit verder komen in dit vak, dan moet je daar toch echt iets aan doen, jongen’, heeft Sjaak ooit tegen mij gezegd. Hij had gelijk.
Van Boudewijn leerde ik veel over de opbouw van een journalistiek stuk (‘In opsommingen altijd drie dingen noemen, een heilig getal’), maar het allermeest leerde ik van de gesprekken tijdens de lunch in een kleine broodjeszaak om de hoek. Tijdens die lunches werd uitvoerig over journalistieke onderwerpen gesproken, door Sjaak, Jos, Boudewijn en wie er verder meeging. Over de politiek, over de universiteit; er werd geroddeld en vooral ook erg veel gelachen. En nu ik deze herinneringen ophaal zie ik opeens weer dat de zon tijdens die lunches wel degelijk altijd straalde. Gek is dat, altijd zon, en dat in Nederland.
Ewoud Sanders was in de periode 1982-1985 redacteur van Folia. Tegenwoordig is hij taalcolumnist bij onder meer NRC Handelsblad, de Staatscourant en Onze Taal.
No comments yet.




